Wat we doen

Buro MOVE streeft bij elke opdracht naar een duurzame synergie tussen mobiliteit en verkeer enerzijds en milieu, ruimtelijke ordening, economie en infrastructuur anderzijds.

MER-screening & Mobiliteitstoets

Een project-m.e.r.-screeningsnota (PrMS) dient sinds 1 maart 2013 bij de bouwaanvraag voor projecten onder één van de rubrieken van bijlage III van het project-m.e.r.-besluit te worden gevoegd. Stadsontwikkelingsprojecten en industrieontwikkelingsprojecten vallen onder deze rubrieken. Een mobiliteitstoets als bijlage van de PrMS is in vele van deze gevallen aangewezen.

Een PrMS is een document waarin van een voorgenomen project wordt aangegeven of er aanzienlijke milieueffecten voor mens en milieu te verwachten zijn. Als onderdeel van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist de betrokken overheid of er een project-MER moet worden opgesteld. Indien die beslist dat er geen project-MER moet worden opgemaakt, kan de vergunningsprocedure worden verdergezet.

Mobiliteitseffecten en hun gevolgen voor lucht, geluid en trillingen maken veelal een belangrijk deel uit van de PrMS. Een mobiliteitstoets wordt bijgevolg standaard toegevoegd aan een PrMS die wordt opgemaakt door Buro MOVE. Het standaardformulier werd daartoe aangevuld met een bijkomende pagina met betrekking tot de verkeersgeneratie.

De PrMS en mobiliteitstoets mogen beiden worden opgemaakt door de initiatiefnemer of zijn architect, jurist, … zelf. Buro MOVE de documenten laten opmaken en ondertekenen, heeft echter volgende voordelen:

  • Opgemaakt en ondertekend door erkend MER-deskundige
  • Ruime ervaring met de opmaak van PrMS en mobiliteitstoets voor verschillende activiteiten (wonen, kantoren, retail, KMO, zorgcentrum, … en alle mogelijke combinaties van activiteiten)
  • Korte leveringstermijn van vanaf 10 werkdagen

MOBER - mobiliteitsstudie

Dergelijke mobiliteitsstudie kadert  binnen het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 omtrent de gewijzigde dossiersamenstelling, dat in werking trad op 1 september 2009.  Een mobiliteitsstudie dient daarom verplicht te worden toegevoegd aan het aanvraagdossier voor bepaalde bouwvergunningen / stedenbouwkundige vergunningen in volgende situaties:

  • het aanleggen van ten minste 200 parkeerplaatsen;
  • het bouwen van ten minste 250 woongelegenheden;
  • het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen voor handel, horeca, kantoorfuncties en diensten met een totale brutovloeroppervlakte na de werkzaamheden van ten minste 7.500 m², of het uitbreiden van dergelijke gebouwen of gebouwencomplexen, als de totale brutovloeroppervlakte door die uitbreiding de drempel van 7.500 m² of een veelvoud ervan overschrijdt.
  • het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen voor de vestiging van industrie, K.M.O. en ambacht met een totale brutovloeroppervlakte na de werkzaamheden van ten minste 15.000 m², of het uitbreiden van dergelijke gebouwen of gebouwencomplexen, als de totale brutovloeroppervlakte door de uitbreiding de drempel van 15.000 m² overschrijdt.

Bovenvermelde mobiliteitsstudie is niet verplicht wanneer de mobiliteitseffecten al eerder werden onderzocht als onderdeel van een m.e.r.-procedure (plan-MER, project-MER of MER-ontheffing) of een verkavelingsvergunning.

Het volledig besluit van de Vlaamse Regering is terug te vinden via volgende link :
http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/pdf/Mbbs/2009/08/10/113925.pdf:

Een mobiliteitseffectenrapport of MOBER schetst mogelijke effecten op mobiliteit en verkeer in de ruime zin van geplande verkeersgenererende ontwikkelingen (winkelcentrum, kantorencomplex, uitbreiding van een industriegebied, residentiële ontwikkelingen, enzovoort… ) in een bestaande ruimtelijke omgeving.

In een MOBER worden ook aanbevelingen en maatregelen geformuleerd om alle mobiliteitsaspecten in goede banen te leiden. Die mobiliteitsaanbevelingen kunnen louter verkeerstechnisch zijn (aantal in- en uitritten, afslagstroken, regeling van verkeerslichten), maar kunnen ook een verschuiving van de modal shift beogen (aantal parkeerplaatsen beperken, bedrijfsvervoersplan opmaken, afstemming op het openbaar vervoer, fietsvergoedingen, …) Steden en gemeenten worden steeds meer en meer ‘ontvoogd’. Heel wat gemeentebesturen krijgen bijgevolg op het vlak van de ruimtelijke ordening meer en meer verantwoordelijkheid. Bouw- en andere vergunningen zullen zelfstandig mogen worden afgeleverd, zonder daarbij nog het gewestelijk niveau om goedkeuring te vragen. Het spreekt dan ook voor zich dat de rol en verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur in de hele MOBER-procedure nu al belangrijk is en in de toekomst alleen nog maar aan belang zal winnen.

Merk wel op dat de Vlaamse overheid ervoor gekozen heeft om in haar regelgeving de term ‘mobiliteitsstudie’ te hanteren voor wat in het vakdomein meestal omschreven wordt als MOBER.

Milieueffectrapportage (MER)

Voor meer informatie met betrekking tot MER(-ontheffingen) wordt verwezen naar de officiële website van het Departement Leefmilieu Natuur en Energie (LNE). Hieronder alvast de essentie (bron : www.lne.be/themas/milieueffectrapportage)

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een juridisch-administratieve procedure waarbij, voordat een activiteit of ingreep (projecten, beleidsvoornemens zoals plannen en programma’s) plaatsvindt, de milieugevolgen ervan op een wetenschappelijk verantwoorde wijze worden bestudeerd, besproken en geëvalueerd.

De achterliggende grondgedachte suggereert dat het beter is om de voor het milieu schadelijke activiteiten (plannen en projecten) vanaf een vroeg stadium in de besluitvorming te ondervangen en bij te sturen. Het principe is eigenlijk eenvoudig: eerst denken en dan doen. Zo laat de milieueffectrapportage toe daadwerkelijk een preventief milieubeleid te voeren.
Een initiatiefnemer, zowel een particulier als een overheidsorganisatie, die een m.e.r.-plichtige activiteit wil ondernemen, laat op zijn kosten en onder zijn verantwoordelijkheid het milieueffectrapport opstellen door een werkgroep van deskundigen in verschillende disciplines, het zgn. team van deskundigen. De betrokkenheid van onafhankelijke, erkende deskundigen moet de wetenschappelijke waarde en de objectiviteit van het MER waarborgen.
Deze werkgroep omvat, volgens de m.e.r.-besluiten van 1989, twee reeksen van deskundigen:

  1. de interne deskundigen, aangeduid door de initiatiefnemer, die vertrouwd zijn met de technische en organisatorische maatregelen ter voorkoming van de verstoring van het milieu door het geplande project.
  2. de externe deskundigen, gekozen door de initiatiefnemer uit een lijst van erkende onafhankelijke specialisten in één of andere milieudiscipline, derwijze dat in de werkgroep de milieueffecten, eigen aan het geplande project doeltreffend onderzocht kunnen worden.

Deze tweede reeks van deskundigen zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, erkend voor één of meerdere van de volgende disciplines:

  • ‘mens’,
  • ‘fauna en flora’,
  • ‘bodem’,
  • ‘water’,
  • ‘lucht’,
  • ‘licht, warmte en stralingen’,
  • ‘geluid en trillingen’,
  • ‘klimaat’,
  • ‘monumenten en landschappen en materiële goederen in het algemeen’.

Eveline Staelens werd erkend in de discipline ‘Mens’, deeldomein mobiliteit.
Via volgende linken vindt u een lijst van de MER-plichtige projecten (Bijlage I) en de projecten waarvoor de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot MER-ontheffing (Bijlage II) kan indienen. Uit Bijlage II, categorie 10 (Infrastructuurprojecten) worden hierbij punten a) en b) toegelicht :

  • 10 a) Industrieterreinontwikkeling met een oppervlakte van 50 ha of meer;
  • 10 b) Stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen,
    • Met betrekking tot de bouw van 1000 of meer woongelegenheden, of
    • Met een brutovloeroppervlakte van 5.000 m² handelsruimte of meer, of
    • Met een verkeersgenererende werking van pieken van 1000 of meer personenauto-equivalenten per tijdsblok van 2 uur.

Mobiliteitsadvies & Verkeersadvies

Mobiliteitsadvies en verkeersadvies kan in de ruimste zin van de woorden worden beschouwd:

Masterplan

Bij de opmaak van masterplannen, beeldkwaliteitsplannen, … speelt mobiliteit steeds een cruciale rol. Wij bieden u een duidelijke visie op duurzame mobiliteit zodat zowel ontwikkelaars, buurtbewoners, overheden als toekomstige gebruikers op één lijn gebracht worden. 

Ook in de fase van ontwerpwedstrijden zoals Open Oproep en Winvorm of in offertefases waarbij de multidisciplinaire visie op de opdracht een belangrijk gunningscriterium is, kan een mobiliteitsdeskundige in uw team een belangrijke meerwaarde bieden.

Bereikbaarheid en ontsluiting

In dergelijke studies wordt geanalyseerd op welke manier uw project of bedrijf op een de duurzame, multimodale bereikbaar blijft en/of ontsloten kan worden voor verschillende vervoersstromen (werknemers, bezoekers, vracht, leveringen, enzovoort … ). Dit kan desgewenst in de vorm van een (bedrijfs)vervoerplan, maar ook andere vormen van mobiliteits- en verkeersadvies op maat van uw bezorgdheid behoren tot de mogelijkheden.

Start- en/of projectnota

Hoewel Buro MOVE niet gespecialiseerd is in infrastructuurontwerp, kan onze expertise op gebied van verkeersplanning, ongevallenanalyse verkeersveiliehgidsaudit, capaciteitsbeoordeling, enzovoort … in de vroege (voor)ontwerpfase van een project een belangrijke toegevoegde waarde betekenen voor uw latere realisaties.

(Fiets)parkeren

“Parkeren is de schakel tussen het verplaatsen en het verblijven” Sjoerd Stienstra

Deze quote vat bondig het immense belang van parkeren voor alle stakeholders (overheden en beleidsmakers; gebruikers – bewoners, bezoekers en werknemers; middenstand; projectontwikkelaars; parkeerexploitanten; politie en handhavers; enzovoort … ). En iedereen houdt er zijn eigen mening op na. Eveline Staelens streeft binnen de multimodale parkeeradviesverlening naar een evenwicht tussen de noden en belangen van de private partijen en een duurzaam mobiliteits- en parkeerbeleid bij de publieke instanties.

 

Komt uw mobiliteitsprobleem niet meteen aan bod in het bovenstaande? Aarzel niet om contact op te nemen voor verdere informatie omtrent uw specifieke vraag in verband met mobiliteitsadvies en verkeersadvies!

Verkeersveiligheidsaudit

Eveline Staelens heeft begin 2014 de opleiding tot verkeersveiligheidsauditor aan de UGent met succes afgerond. Enkele weken daarna verkreeg zij het Vlaams bekwaamheidscertificaat verkeersveiligheidsauditor van de beoordelingscommissie.

Hoewel verkeersveiligheidsaudits momenteel enkel verplicht zijn op het TEN-T netwerk (alle E-wegen), kan dergelijke audit ook voor kleinschaliger projecten, wegbeheerders of bedrijfsleiders nuttig zijn en het algemeen welzijn van de bewoners en/of werknemers aanzienlijk verbeteren.

Verkeersveiligheidsaudits en -inspecties gebeuren tijdens verschillende fasen van de infrastructuurwerken. De onderstaande afbeelding geeft een mooi overzicht van de chronologische volgorde waarin dit gebeurt:

Schema_VVA
Overzicht verkeersveiligheidsprocedures voor weginfrastructuren (bron: BIVV)

Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) publiceerde de volgende informatie met betrekking tot verkeersveiligheidsaudits en -inspecties:

Verkeersveiligheidsaudits en -inspecties zijn proactieve maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren: ze willen eventuele onvolmaaktheden op het gebied van verkeersveiligheid aanpakken vooraleer ze aanleiding geven tot verkeersongevallen. Het is niet de bedoeling om met de audits en zeker niet met de inspecties de basisopties van het ontwerp in vraag te stellen.

Een verkeersveiligheidsaudit wordt gehouden op basis van de ontwerpplannen (dus vooraleer met de uitvoering wordt begonnen). Een verkeersveiligheidsinspectie wordt gehouden op basis van het project dat (zopas) is uitgevoerd (en bij voorkeur vooraleer dit project voor het verkeer wordt opengesteld, hoewel dit in de praktijk meestal gefaseerd gebeurt).

Verkeersveiligheidsaudits en -inspecties moeten worden uitgevoerd door iemand die (of beter nog, door een team dat) kennis en ervaring ter zake heeft (en bij voorkeur hiervoor een geëigende opleiding heeft gehad). De voorkeur gaat uit naar iemand die niet (rechtstreeks) bij het project of de uitvoering ervan betrokken was; een dergelijke persoon heeft veelal een meer objectieve en onbevooroordeelde kijk en heeft meer kans om eventuele onvolkomenheden op te merken.

De basis van zowel een verkeersveiligheidsaudit als -inspectie is dat men het weggedeelte in alle rijrichtingen (denkbeeldig in het geval van een ontwerp) doorloopt, achtereenvolgens vanuit het oogpunt:

  • van een automobilist (mogelijk met opsplitsing naar bestuurder van een personenwagen en een vrachtwagen);
  • van een fietser;
  • van een voetganger.